Evaluatie: Nederlands Koninkrijksbeleid mist samenhang en langetermijnvisie

· - leestijd 1 minuut
Staatssecretaris Koninkrijksrelaties Eric van de Burgh spreekt de Curaçaose pers toe
Staatssecretaris Koninkrijksrelaties Eric van de Burgh spreekt de Curaçaose pers toe

DEN HAAG – Het Nederlandse beleid voor de Caribische delen van het Koninkrijk wordt gekenmerkt door crisismanagement, beperkte samenhang en het ontbreken van een gezamenlijke toekomstvisie. Dat blijkt uit een nieuwe evaluatie van het ministerie van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over het Koninkrijksbeleid tussen 2016 en 2023.


De evaluatie is opgenomen in een brief van minister Pieter Heerma aan de Tweede Kamer over de opvolging van periodieke rapportages binnen het ministerie.

Het rapport behandelt het beleid voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland, maar de kritiek verschilt per deel van het Koninkrijk.

De onderzoekers zijn vooral kritisch over artikel 4 van de begroting voor Koninkrijksrelaties, dat bedoeld is om de sociaaleconomische structuur van de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken.

Restartikel

Volgens het rapport functioneert dat begrotingsartikel in de praktijk vooral als een “restartikel”, waarmee Den Haag ad hoc reageert op urgente problemen en crises, zoals de coronapandemie.

Daarnaast constateren de onderzoekers dat “een overkoepelende beleidslogica ontbreekt” en dat weinig samenhang bestaat in het gevoerde beleid. Slechts een klein deel van het budget zou daadwerkelijk bestaan uit structureel beleid van BZK zelf.

De evaluatie van gebrek aan visie en coördinatie richt zich vooral op de aanpak van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Volgens de onderzoekers ontbreekt een gezamenlijke Rijksbrede toekomstvisie voor de BES-eilanden, waardoor het moeilijk blijft om prioriteiten vast te stellen en andere Nederlandse ministeries aan integrale oplossingen te verbinden.

Tegelijkertijd ligt de zwaarste financiële en bestuurlijke kritiek vooral bij Curaçao en Sint Maarten. In een aparte evaluatie over schuldsanering, financieel toezicht en leningen concluderen onderzoekers dat structurele economische hervormingen en verbeteringen van het financieel beheer onvoldoende van de grond zijn gekomen.

Toezicht

Volgens het rapport heeft het bestaande toezicht via de Rijkswet financieel toezicht wel geleid tot meer transparantie, financiële steun en stabiliteit op financiële markten, maar slechts beperkt tot houdbare overheidsfinanciën en duurzame economische ontwikkeling.

Ook stellen de onderzoekers dat de verbetering van het financieel beheer in de landen onvoldoende succesvol is geweest. Dat probleem speelde al rond de schuldsanering van 2010 en blijft volgens het rapport een zwakke plek binnen het Koninkrijkstoezicht.

Escalatie

Opvallend is dat de onderzoekers adviseren om “escalatie als strategisch instrument” te gebruiken om andere departementen meer in beweging te krijgen rond Caribische dossiers. Ook adviseren zij om meer beleidsmedewerkers lokaal in de regio te stationeren en de interdepartementale overlegstructuur te herzien.

Het ministerie laat weten eind 2026 inhoudelijk te reageren op de aanbevelingen uit de evaluaties.


166 keer gelezen

Deel dit artikel: